Wet- en regelgeving

  • Home
  • Testpagina wetgeving

Wet- en regelgeving

 

Voskamp Beveiligingstechniek werkt conform wet- en regelgeving en specifieke de wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureau met alle specifiek geldende regelingen voor uw beveiligingsinstallatie(s), behandeling van uw documenten en informatiestromen. storing is altijd vervelend, dat begrijpen wij! Daarom zijn wij dag en nacht, 7 dagen per week bereikbaar om de storing te verhelpen. Kies hieronder de juiste vestiging en bel ons, wij staan paraat! 

 

Algemene verordening Gegevensbescherming (AVG)

Voor informatie over de huidig geldende regelgeving met betrekking tot persoonlijke data, bewaartermijnen van de opgenomen beelden en het eventueel registreren van uw installatie verwijzen wij u naar de website van de autoriteit persoonsgegevens. www.autoriteitpersoonsgegevens.nl

Brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties

Erkend Branddetectiebedrijf

Voskamp Beveiligingstechniek is een op basis van het CCV certificatieschema ‘BMI Leveren & Onderhouden’ erkend branddetectiebedrijf. Als erkend branddetectiebedrijf beschikt Voskamp Beveiligingstechniek over gediplomeerde projecteringsdeskundigen, installatiedeskundigen en onderhoudsdeskundigen. Dit betekent dat Voskamp Beveiligingstechniek bevoegd is tot het maken van ontwerpen, alsmede het aanleggen en onderhouden van brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties.
Wanneer u de opdracht tot het installeren van de brandmeldinstallatie aan ons verstrekt dienen de volgende procedurestappen te worden doorlopen:
 

  1. Opstellen van het definitief Programma van Eisen (PvE);
  2. Goedkeuringsaanvraag bij de eisende partijen voor het PvE, de projectietekeningen, stuurfunctiematrix en het blokschema;
  3. Vervaardigen van projectietekeningen, stuurfunctiematrix en blokschema’s voor uitvoering;
  4. Aanvang uitvoering installatiewerkzaamheden;
  5. Attest en oplevering installatiewerkzaamheden;
  6. Testen en in bedrijfstellen;
  7. Instructie aan de eindgebruiker;
  8. Oplevering en aansluiting op de meldkamer;
  9. Verstrekking installatiecertificaat brandmeldinstallatie.
     

Met het installatiecertificaat brandmeldinstallatie kunt u de bevoegde autoriteit aantonen dat de installatie aan de gestelde eisen voldoet. Met andere woorden, u kunt op eenvoudige wijze aantonen dat u voldoet aan de door het Bouwbesluit 2012 opgelegde ‘Zorgplicht’.
 

Certificering brandmeldinstallaties

Per 1 januari 2015 dient, indien conform het Bouwbesluit 2012 een inspectiecertificaat benodigd is voor het gebruik van uw pand (zie art. 6.20 en 6.23 van het BB2012), voor certificering de brandmeldinstallatie geïnspecteerd te worden door een geaccrediteerde inspectie-instelling. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie, maar ook naar alle aanvullende voorzieningen (ontruimingsplan, sleutelbuis, sturingen, etc.) welke getroffen zijn voor een brandveilig gebouw. De kosten voor een eenmalige inspectieronde door een geaccrediteerde inspectie-instelling zijn in deze offerte meegenomen.

 

Indien het inspectiecertificaat niet kan worden afgegeven door het niet voldoen van installaties en/of voorzieningen van derden, buiten de in deze offerte aangeboden brandmeld- en ontruimingsalarm-installatie, worden de extra kosten en werkzaamheden welke benodigd zijn om tot een certificaat te komen in overleg met u op basis van nacalculatie verrekend.
Steekproefsgewijs worden de door ons geleverde installaties tijdens de aanleg of na inbedrijfstelling en bij onderhoud op kwaliteit geïnspecteerd. Deze inspecties worden door of namens de geaccrediteerde certificatie-instelling uitgevoerd. Voor de uitvoer van hun werkzaamheden dienen zij onbelemmerd toegang tot uw locatie(s) te krijgen. Voor deze steekproef zullen u geen kosten in rekening worden gebracht.

 

Uitvoering brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie
De aangeboden installatie is gebaseerd op het Bouwbesluit 2012 waarbij de veiligheid van de mens centraal staat. Naast deze wettelijke eisen is het mogelijk dat op basis van aanvullend advies vanuit de brandweer en/of dat u of uw verzekeraar aanvullende eisen heeft ten aanzien van het pand en/of inventaris. De eventuele meerkosten hiervoor zijn niet in deze offerte opgenomen. Indien alle gegevens van de eisende partijen bekend zijn, kan door ons een definitief PvE worden gemaakt. Deze offerte is gebaseerd op en voldoet aan de norm NEN 2535:2017 (Brandveiligheid van gebouwen - Brandmeldinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen ) en de norm NEN 2575:2012  (Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen) en dient als uitgangspunt voor de projectering en uitvoering van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. 
 

Bewakingsomvang

Volledige bewaking van het object

Op basis van het voorgaande adviseren wij u een brandmeldinstallatie volgens het principe van volledige bewaking, conform de norm NEN 2535.
Dit houdt in dat alle ruimten in het gehele gebouw voorzien zijn van één of meer automatische brandmelders en bovendien in het gehele gebouw op diverse plaatsen handbrandmelders worden geplaatst. Uitzondering hierop vormen onder andere toiletten, douches, kleine opslagruimten en schachten.

Gedeeltelijke bewaking van het object

Op basis van het voorgaande adviseren wij u een brandmeldinstallatie volgens het principe van gedeeltelijke bewaking, conform de norm NEN 2535.
Dit houdt in dat in "verkeersruimten" en ruimten met een verhoogd brandrisico automatische brandmelders worden geplaatst en bovendien in het gehele gebouw op diverse plaatsen handbrand-melders worden geplaatst. Ruimten met een verhoogd brandrisico zijn onder andere kantines, CV-ruimten, laagspanningsverdeelruimten, opslag- en archiefruimten, werkplaatsen, keukens en stallingruimten.

Niet automatische bewaking van het object

Op basis van het voorgaande adviseren wij u een brandmeldinstallatie volgens het principe van niet automatische bewaking, conform de norm NEN 2535.

Ruimtebewaking (in relatie tot ontvluchting, samenvallende vluchtwegen)

Als de beide vluchtroutes vanaf de toegangsdeur van een verblijfsruimte gedeeltelijk samenvallen (doodlopend einde), dienen er in dat deel van de vluchtroute, alsmede de aanliggende ruimten, automatische melders geplaatst te worden conform de norm NEN 2535.
Bij een brandmelding moet direct de ontruimingsalarminstallatie worden aangestuurd.

Ruimtebewaking (het bewaken van een ruimte)

Op basis van het voorgaande adviseren wij u alleen de (risico)ruimten het gebouw/bouwdeel “???” te voorzien van de noodzakelijke automatische en/of handbrandmelders, conform de norm NEN 2535.

Objectbewaking

Op basis van het voorgaande adviseren wij u om het gebouw/bouwdeel “???” met automatische brandmelders te beveiligen, conform de norm NEN 2535).

Ontruimingsalarminstallaties

Ontruimingsalarminstallatie type A conform NEN 2575-2

Wij adviseren u een ontruimingsalarminstallatie van het type A in het gebouw/bouwdeel “???” aan te brengen, conform de norm NEN 2575 (Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties, Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen) (2012) en aanvullingsblad A1 (2018).
Dit houdt in dat het object voorzien wordt van twee separate installaties, te weten:

  • Een brandmeldinstallatie met een brandmeldcentrale ten behoeve van brandmelding;
  • Een ontruimingsalarminstallatie met een ontruimingsalarmcentrale ten behoeve van ontruiming.

Op de ontruimingsalarmcentrale die gesproken berichten en toonsignalen kan weergeven, worden signaalgevers (luidsprekers) aangesloten, die op diverse plaatsen in het object worden geplaatst. 
De brandmeldcentrale wordt tevens gekoppeld aan de ontruimingsalarmcentrale. Bij een automatische brandmelding of een handmatige handeling worden de signaalgevers in werking gezet en eventueel vindt er een doormelding plaats naar een brandmeldpost.

 

Ontruimingsalarminstallatie type B (luid alarm)

Wij adviseren u een ontruimingsalarminstallatie van het type B in het gebouw aan te brengen, conform de norm NEN 2575-3.
Dit houdt in dat het object voorzien wordt van een brandmeldinstallatie in combinatie met een ontruimingsalarminstallatie. Op een brandmeldcentrale worden automatische brandmelders en handbrandmelders aangesloten, evenals slow-whoop signaalgevers die op diverse plaatsen in het object worden geplaatst. Indien één van de melders wordt geactiveerd, zullen via de brandmeldcentrale de slow-whoop signaalgevers in werking treden en eventueel een doormelding naar een brandmeldpost genereren. Tevens kunnen de slow-whoop signaalgevers via een bedieningspaneel handbediend in werking worden gezet.
 

Ontruimingsalarminstallatie draadloos (stil alarm)

Wij adviseren u een ontruimingsalarminstallatie ‘stil-alarm’ in het gebouw aan te brengen, conform de norm NEN 2575-4.Voor genoemde installatie geldt dat een stil alarm aan een groep geselecteerde personen zal worden gegeven door middel van de personenzoekinstallatie (PZI). De gealarmeerde personen dienen dan (indien nodig) zelf de alarmorganisatie te activeren.

Contact

Neem contact met ons op. Wij helpen je graag verder!

Vind een vestiging bij jou in de buurt.

Bekijk alle vestigingen